Perspectiefnota 2010

De perspectiefnota 2010 is de laatste die de huidige raad vaststelt. Een goed moment dus om te kijken in hoeverre het College er in is geslaagd haar doelstellingen te realiseren en welke aandachtspunten er nog liggen tot de raadsverkiezingen van volgend jaar. De gemeente Bergen heeft de afgelopen jaren een socialer gezicht gekregen en daarvoor verdient het College naar de mening van GroenLinks een pluim. Het armoedebeleid is verruimd en het lukt steeds beter om werklozen toe te leiden naar een betaalde baan. Als we het meest recente onderzoek van Kinderen in Tel mogen geloven is Bergen bovendien relatief gezien een kindvriendelijker gemeente geworden de afgelopen jaren. De doelstelling om in de top 100 te komen van de meest kindvriendelijke gemeenten van Nederland is gehaald. Het beleid en de implementatie van de WMO is zorgvuldig gebeurd en Bergen heeft daarvoor regionaal lof ontvangen. Het is nu zaak die positieve resultaten te borgen, ook met het zicht op de magere jaren die er aan komen. Op dat punt juichen wij de investeringen om de jeugdwerkeloosheid tegen te gaan toe, maar maken we ons ook zorgen over de zorgeloze houding die het College aanneemt t.a.v. de WMO en de WWB. Het is nu al duidelijk dat de kosten hiervoor zullen stijgen, maar er worden geen extra gelden gereserveerd om eventuele tegenvallers op te vangen (p. 31-33).

Vraag 1: Hoe denkt het College over de noodzaak om gelden te reserveren geld voor WMO en WWB?

Op het gebied van klimaat en milieu heeft beleidsvorming lang op zich laten wachten. Wat er nu ligt is vooral gericht op het terugdringen van het energiegebruik, terwijl er weinig initiatieven zijn ontplooid om de overstap naar duurzame energie te maken. GroenLinks vindt dat zorgelijk omdat we onze energie voorziening uit handen hebben gegeven, maar een alternatief nog niet voorhanden is. Ons voorstel om een substantieel deel van de NUON gelden te bestemmen om die overstap te kunnen financieren heeft het helaas niet gehaald. Nu NUON inderdaad verkocht is, hopen we dat de partijen in de raad dit besluit nog eens willen heroverwegen. Het is mooi om met elkaar te praten over voorzieningen, maar als het licht over twintig jaar uitgaat dan hebben we aan die voorzieningen niet zoveel meer.

Over het verbeteren van de relatie met de bevolking hebben wij een dubbel gevoel. Alhoewel het wijkgericht werken steviger verankerd is in de organisatie, is een duidelijk beleidskader nog steeds niet vastgesteld. Onduidelijke verwachtingen over de relatie tussen wijkvereniging en lokaal bestuur blijven daardoor een stoorzender in de onderlinge verhoudingen tussen de partijen. Op het gebied van de relatie tussen raad en bevolking bestaat een vergelijkbaar gemengd beeld; enerzijds is er een nieuwe vergaderstructuur ingevoerd en heeft de raad meer initiatieven genomen om burgers vroegtijdiger te betrekken bij planvorming; anderzijds blijkt uit het onderzoek “waar staat je gemeente” dat de burger nog steeds weinig vertrouwen heeft in het lokaal bestuur. We dringen er daarom op aan het beleidskader wijkgericht werken op korte termijn vast te stellen.

Enige vooruitgang is recentelijk geboekt in het opzetten van participatie trajecten. Dit gebeurde nadat bij het traject voor het opstellen van een Gebiedsvisie voor het Landelijk Gebied fundamentele fouten zijn gemaakt door het College. De nadruk lag teveel op het vinden van woningbouwlokaties en te weinig op een integrale afweging van alle relevante aspecten. Hierdoor is veel onrust ontstaan onder de bevolking en is veel tijd verspeeld aan het herstellen van deze eenzijdige inzet op woningbouw. Als we af mogen gaan op het Gebiedsdocument Noord-Holland Noord dat onlangs door de colleges van de samenwerkende gemeenten is vastgesteld dan gloort er in dit opzicht hoop. Daarin wordt nl. onomwonden vastgesteld dat de regio over ruim voldoende bouwplancapaciteit beschikt. Er moet daarom naar onze mening meer aandacht komen voor kwaliteit en minder voor kwantiteit, meer aandacht voor het bouwen voor bepaalde doelgroepen dan voor het totaal aantal woningen dat gebouwd moet worden in een bepaalde periode. GroenLinks dringt er daarom op aan om alle relevante bouwstenen op het gebied van woningbouw beschikbaar te maken in één document dat kan dienen als onderlegger voor de discussies over de verdere invulling van de structuurvisies voor de landelijke en gebouwde omgeving in de volgende raadsperiode. Het gaat daarbij om een nauwkeurige prognose over de woningbehoefte tot 2020 gedifferentieerd naar leeftijdsgroepen, een inventarisatie van de mogelijkheden om binnenstedelijk te kunnen bouwen, een duidelijk beeld van de demografische ontwikkelingen tot 2030 en inzicht in de actuele stand van zaken als het gaat om de harde en zachte bouwplancapaciteit. Op die manier voorkomen we hopelijk in de toekomst eindeloze en weinig vruchtbare discussies over de noodzaak die er al dan niet bestaat om woningen te bouwen in het kwetsbare buitengebied van onze gemeente. Aangezien het grootste deel van deze informatie beschikbaar is of komt denken wij dat een dergelijk document binnen de huidige ambtelijke capaciteit op te stellen moet zijn.

Vraag 2: Kan het College een dergelijke document voor maart 2010 binnen de huidige ambtelijke capaciteit laten opstellen (toezegging!)

In de perspectiefnota vraagt het College terecht aandacht voor de voorzieningen in de gemeente. De voorzieningen zijn namelijk naar ons idee de grote verliezer geweest van deze raadsperiode. De Oorspong is verkocht, de Watertoren is gesloten en onlangs is de Blinkerd afgebrand. Wij hebben daarom bij het vaststellen van de jaarrekening een amendement ingediend om een deel van het overschot over 2008 te bestemmen als een reserve voor voorzieningen. We zijn blij dat dit bedrag is toegekend omdat de dekking die het College aangeeft in de perspectiefnota volstrekt ontoereikend is. Gezien de sombere vooruitzichten voor het meerjarenperspectief is het immers maar de vraag over er rekeningoverschotten zullen zijn. In die zin is het goed dat we tijdig zijn geïnformeerd over de lange termijn gevolgen van de meicirculaire.

Dat neemt niet weg dat we het vormen van een bestemmingsreserve voorzieningen een belangrijke eerste stap vinden voor een fundamentele discussie over het bestaande en gewenste voorzieningenniveau in de gemeente. Het College kiest daarbij in eerste instantie voor de invalshoek van de accommodaties, een begrijpelijke keuze omdat accommodaties een centrale rol spelen in het sociale leven. In de aanloop naar deze vergadering heeft de heer Ooijevaar ons uitgedaagd om met hem in discussie te gaan over dit onderwerp en die handschoen nemen wij natuurlijk graag op. Ook de opmerking van dhr. Van Huissteden van de PvdA dat wij ons schuldig zouden maken aan stemmingmakerij omdat wij een uitspraak deden over de scheefgroei tussen de kernen als het gaat om het voorzieningenniveau willen wij graag pareren.

Voor ons zijn drie overwegingen op dit punt van belang.

Ten eerste is er in deze periode nauwelijks structureel en integraal aandacht geweest voor de voorzieningen in de gemeente. Natuurlijk zijn er voorzieningen bijgekomen en verdwenen, maar een helder kader waarbinnen die afweging gemaakt zou kunnen worden is er tot op de dag van vandaag niet. Dat de financiële positie van de gemeente weinig ruimte gaf is misschien wel waar, maar tegelijkertijd geen reden om met niet elkaar in discussie te gaan over een duidelijk beleidskader en een meerjarenplanning voor de voorzieningen in de gemeente. Het is daarom zaak op korte termijn te beginnen met het formuleren van een dergelijk kader; vindt u dat er in elke kern een consultatiebureau moet zijn? Vindt u ook dat een jeugdhonk en dorpshuis eigenlijk in elke deelkern aanwezig moet zijn? Welke onderwijsvoorzieningen zijn er eigenlijk nodig in de gemeente? Kunnen de onderscheidende kenmerken van de kernen ook worden vertaald in voorzieningen; een zwembad in de Egmonden, een museaal centrum in Bergen en een toneelvoorziening in Schoorl?

Ten tweede is naar onze mening een gemeentehuis ook een voorziening en dient de discussie over de bouw van een dergelijke voorziening onderdeel te zijn van een integrale afweging over de voorzieningen in de gemeente. We willen graag de discussie aan over de plaats waar het nieuwe gemeentehuis moet komen te staan maar vinden ook dat de daadwerkelijke bouw moet worden bezien in relatie tot de noodzaak andere voorzieningen te realiseren. Als de voorliggende perspectiefnota wil suggereren dat het gemeentehuis wat dat betreft een status aparte heeft dan zijn wij het daar niet mee eens.

Tot slot zijn er in de kern Bergen in de afgelopen periode verschillende accommodaties gerealiseerd terwijl dat in de andere kernen niet of nauwelijks is gebeurd. Om het geheugen van dhr. Ooijevaar en dhr. Van Huisteden op te frissen wil ik nog maar even herhalen wat ik in mei heb gezegd. “De kern Bergen heeft nog steeds een zwembad, is een nieuw jongerencentrum rijker en een nieuwe Brede School is in aanbouw. In de andere kernen is de afgelopen jaren nauwelijks geïnvesteerd, sterker nog in Egmond is het zwembad gesloten.” En ja, inderdaad de Oorsprong is verkocht en inmiddels heeft de raad meer dan 5 miljoen beschikbaar gesteld voor de bouw van een nieuw museaal centrum. In tegenstelling tot de fractie van de PvdA en het CDA zijn wij van mening dat geluiden dat er sprake is van een scheefgroei niet weggewuifd moeten worden of afgedaan als stemmingmakerij, maar serieus dienen te worden genomen. Natuurlijk maken mensen in Schoorl zich zorgen nu de Oorsprong is verkocht en de Blinkerd is afgebrand. Natuurlijk maken mensen in Egmond aan Zee zich zorgen nu de Watertoren wordt gesloopt. Lange exposés van dhr. Ooijevaar over het geld dat er in het verleden richting de Watertoren is gegaan zijn naar ons idee geen adequaat antwoord op de legitieme zorgen van onze inwoners. Een duidelijk verhaal over prioriteiten op dit gebied wel.

Ter afsluiting van de eerste termijn wil GroenLinks daarom graag een voorzet geven voor een dergelijke prioritering. Om het eenvoudig te houden geven we u het volgende gedachtenexperiment in overweging. Stel de verzekeringspremie voor de Blinkerd blijkt niet afdoende en voor het realiseren van een volwaardige voorziening in Schoorl dient een fors bedrag op tafel te worden gelegd door de gemeente. Welke keuze zou u maken als u drie opties had: geld investeren in een voorziening voor Schoorl, voor een nieuw gemeentehuis of een zwembad in de Egmonden? GroenLinks is van mening dat de voorziening in Schoorl dan op één moet worden gezet, dat daarna het zwembad in Egmond aan de beurt is en dat het gemeentehuis pas op de derde plaats komt. Waarom: in de eerste plaats vinden we dat Bergen met het museaal centrum een voorziening heeft gekregen die het niveau van een basisvoorziening overstijgt. De beide andere kernen verdienen een dergelijke voorziening naar onze mening ook. In Schoorl zou dat kunnen gaan om een volwaardige toneelvoorziening, in Egmond om een zwembad. Schoorl heeft naar onze mening prioriteit omdat hier ook een aantal basisvoorzieningen in het gedrang zijn; een bibliotheek en een dorpshuis bijvoorbeeld. Het gemeentehuis is natuurlijk ook een basisvoorziening. Onze reden om toch prioriteit te geven aan het zwembad in Egmond is dat we beschikken over een redelijk functionerend gemeentehuis en de urgentie om een nieuw gemeentehuis te bouwen daarom naar onze mening lager ligt dan het realiseren van de andere voorzieningen.

De partijen die van mening zijn dat al deze voorzieningen gerealiseerd moeten worden willen we het volgende zeggen. Ja, dat vinden wij ook, maar politiek is ook een kwestie van prioriteiten stellen. Wij gaan vandaag en de komende maanden graag met de raad in debat over dit onderwerp en zien het standpunt van de andere partijen met belangstelling tegemoet.

4: We verzoeken het College voor maart 2010 een startnotitie voorzieningen op te stellen die kan dienen als basisdocument voor de volgende raad. In die startnotitie zou beschreven moeten worden wat we onder een voorziening verstaan, welke voorzieningen er zijn en welke er naar de mening van het College noodzakelijk zijn op welk niveau.

Verder zijn wij van mening dat de vrijval kapitaallasten van de Watertoren moet worden gebruikt als voeding voor de bestemmingsreserve Voorzieningen

Vrijval kapitaallasten Watertoren vanaf 2010 toevoegen aan de bestemmingsreserve Voorzieningen en bij de discussie over het financieel meerjarenperspectief voor 2010 en bij de begroting 2010 te komen met voorstellen om de tekorten die hierdoor ontstaan vanaf 2011 op te vangen (2011=252N, 2012=638N, 2013=459N).

Amendement 2 miljoen voor bestemmingsreserve voorzieningen (te betalen uit NUON gelden)