Museaal Centrum Bergen

GroenLinks Bergen is vanaf dag één voorstander geweest van de komst van een Centrum voor Kunst en Cultuur in Bergen. Een dergelijk centrum zal de positie van de kunsten en de kunstenaars in Bergen versterken en de verschillende organisaties die actief zijn op dit gebied de noodzakelijke ondersteuning bieden. Vanavond is daarom een belangrijk moment; we beslissen definitief of we wel of niet doorgaan op de ingeslagen weg. Als we akkoord gaan met het voorstel van het College blijft de gemeente eigenaar van het pand en de grond, verhogen we het investeringskrediet ivm een lager uitgevallen taxatie van de in te brengen panden op Plein 7 en de Berkenlaan en gaat de subsidie miv 2012 omhoog met €300.000 op jaarbasis om de exploitatiebegroting sluitend te krijgen. Als we het niet doen is er naar onze mening maar één echt alternatief: afzien van de provinciale subsidie van 1,8 miljoen en de gereserveerde lokale gelden gebruiken om Kranenburgh en het Sterkenhuis op te knappen en iets veel kleinschaligers aan te bouwen op de lokatie Kranenburgh. Plein 7 blijft dan zoals het nu is. GroenLinks neigt ernaar in te stemmen met het voorstel van het College maar we willen eerst nog antwoord op een aantal belangrijke vragen die niet van financiële aard zijn, maar voor ons wel van essentieel belang om te kunnen instemmen met het voorstel.

1. Ten eerste, heeft de adviesgroep van het KCB tweemaal gepleit voor een kleiner museaal centrum en behoud van Plein 7. Dat pleidooi heeft ons echter niet kunnen overtuigen. Zelfs als de uitleen en het depot op Plein 7 zouden kunnen worden ondergebracht en zelfs als de provincie akkoord zou gaan met een dergelijke constructie, zou er in het nieuwe Plan van Eisen nog eens 100 vierkante meter extra geschrapt moeten worden. In antwoord op een vraag daarover van onze kant stelde dhr. Stomps dat de voorkeur van de adviesgroep er naar uitgaat om niet verder te beknibbelen op de vierkante meters. Dat zou dus nog eens een extra investering betekenen van ongeveer €200.000 en mogelijk leiden tot een hogere exploitatiebegroting omdat een tweede pand onderhouden en geëxploiteerd zou moeten worden. Het was in onze ogen sterker geweest als de adviesgroep hier wel een duidelijke keuze had durven maken.

Wat wel een belangrijk punt is in de inbreng van de adviesgroep is dat een te ontwikkelen Cultuurpad Bergen zal moeten beginnen op het Plein. Dat onderkent het College zelf ook als we kijken naar de uitgangspunten die zijn opgesteld voor de herontwikkeling van het centrum van Bergen. In die uitgangspunten wordt echter niets gezegd over een lokatie waar dat Cultuurpad zou moeten beginnen. Wij vragen daarom of de wethouder kan zeggen hoe hierover in het College wordt gedacht en of zij een toezegging kan doen dat het begin van het Cultuurpad op het Plein ook fysiek gestalte zal krijgen in de vorm van een gebouw of als onderdeel van een multifunctionele ruimte.

2. Ten tweede willen wij aandacht vragen voor de bevordering van duurzaamheid die in het Programma van Eisen als één van de aandachtspunten genoemd wordt. Het is op dit moment volstrekt onduidelijk op welke manier dit aandachtspunt wordt meegewogen in de uiteindelijke keuze voor een ontwerp. De in Kranenburgh tentoongestelde maquettes reppen er in ieder geval met geen woord over en de voorwaarden die worden gesteld in het Plan van Eisen zijn op dit punt dermate vaag geformuleerd of afwezig dat wij er geen vertrouwen in hebben dat hier op een serieuze manier aandacht aan besteedt wordt. Het college heeft inmiddels een zekere reputatie als het gaat om het belijden van groene uitgangspunten, zonder dat deze concreet inhoud worden gegeven en het is naar onze mening van doorslaggevend belang dat we bij een nieuw museaal centrum waarvan het inhoudelijke concept nota bene de titel “Groen” heeft gekregen, de daad ook bij het woord voegen. Wij vragen de wethouder daarom aan te geven op welke manier eisen op het gebied van duurzaamheid een rol spelen in de keuze voor het ontwerp. Indien deze eisen enkel bestaan uit – ik citeer uit het PvE - de “gangbare en mogelijk ook innovatieve technieken” dan is dat naar onze mening te mager, veel te mager. Je zou tenminste verwachten dat er iets gezegd zou worden over energieverbruik en gebruik van materialen, maar niets van dat alles is helaas terug te vinden bij de presentaties in Kranenburgh.

3. Tijdens de behandeling van dit dossier in de Algemene Raadscommissie heeft GroenLinks aandacht gevraagd voor de andere voorzieningen in de gemeente. De kern Bergen heeft nog steeds een zwembad, is een nieuw jongerencentrum rijker en een nieuwe Brede School is in aanbouw. In de andere kernen is de afgelopen jaren nauwelijks geïnvesteerd, sterker nog in Egmond is het zwembad gesloten. Het College heeft toegezegd bij de behandeling van de Perspectiefnota te komen met een voorstel. Wij hebben dat voorstel inmiddels gezien en constateren dat het College wel voornemens is structureel geld beschikbaar te stellen voor een nieuw te bouwen gemeentehuis – u raadt het al, in de kern Bergen -, maar enkel incidenteel geld voor de andere voorzieningen. Dat lijkt ons volstrekt onvoldoende en we zullen daar bij de behandeling van de Perspectiefnota zeker op terug komen.

4. Tot slot wil GroenLinks nogmaals aandacht vragen voor de bijzondere manier waarop het dualisme in de gemeente Bergen vorm wordt gegeven. Dit keer is het coalitiepartij VVD die op zo’n belangrijk dossier een standpunt verkondigt dat haaks staat op dat van het College. Vanuit dualistisch oogpunt zou ons dat misschien tevreden moeten stemmen maar het roept wel vragen op over de houdbaarheidsdatum van deze coalitie. GroenLinks zal blijven kiezen voor de inhoud, maar we moeten eerlijk toegeven dat het ons hogelijk verbaast dat het College voor een meerderheid op dit dossier afhankelijk lijkt te zijn van de oppositie en dat zonder morren accepteert. Het lijkt bijna een uitnodiging aan de oppositie om tegen te stemmen zodat we de houdbaarheid van deze coalitie eens echt op de proef kunnen stellen. Wij willen de wethouder daarom vragen of het College politieke consequenties verbindt aan het standpunt van de VVD.

5. Over het alternatief van de VVD kunnen we kort zijn. Het is volstrekt ongeloofwaardig en gebaseerd op onjuiste aannames. De VVD stelt allereerst zonder nadere toelichting dat de exploitatiebegroting op drijfzand berust en suggereert vervolgens dat we de provinciale subsidie zouden kunnen gebruiken voor een nevenlocatie van het KCB in het centrum van Bergen. Een dergelijke inzet van de provinciale subsidie behoort natuurlijk helemaal niet tot de mogelijkheden en we moeten daarom concluderen dat de VVD bezig is zich warm te draaien voor de verkiezingen van volgend jaar. Dat de liberale fractie daarmee een zware wissel trekt op de coalitie is blijkbaar ondergeschikt aan deze electorale overwegingen.

Alwin Hietbrink

GroenLinks Bergen